Tips voor een lager K-peil

Het K-peil van een gebouw is een getal om de graad van thermische verliezen aan te duiden en dient in het huidige EPB-landschap kleiner (of gelijk aan) 40 te zijn.  Het K-peil houdt niet alleen rekening met de isolatiegraad van het gebouw (= gemiddelde U-waarde), maar ook met de compactheid ervan.  Hoe lager het K-peil, hoe kleiner de warmteverliezen van het gebouw. Een laag K-peil is bijgevolg de start van een energiezuinig gebouw (met lage energie-kosten).

De compactheid van een gebouw is de verhouding tussen de inhoud van het beschermde volume (m³) en de verliesoppervlakte (m²) ervan.  Makkelijker uitgedrukt betekent dit, dat de compactheid binnen de EPB-berekening beter scoort indien een zo groot mogelijk beschermd volume omsloten wordt door een zo klein mogelijk verliesoppervlak.  De meest compacte vorm is een bol, echter in de praktijk is een kubus hiervan de meest benaderende en realistische vorm.  De compactheid is in termen van EPB dus best zo hoog mogelijk !

Praktisch voor EPB-compactheid :

  • Creër zo weinig mogelijk "hoekjes en kantjes", op- en aan-, over- en uitbouwen. Dakkapellen, inhammen, patio's beïnvloeden de compactheid nadelig.
  • Een woning met volledige verdieping heeft een betere compactheid dan enkel een gelijkvloers.  Is bovenop het gelijkvloers slechts een gedeelte verdieping gebouwd en het overige gedeelte een plat dak, dan kan dit nadelig werken op de compactheid.
  • Een geïsoleerde kelder onder de ganse woning is beter dan slechts een gedeeltelijk(e) (geïsoleerde) kelder.
  • Volumes aangesloten tegen een groter hoofdvolume (bijvoorbeeld een aanpalende garage met plat dak) kunnen de compactheid ook nadelig beïnvloeden.
  • Een gesloten bebouwing scoort beter dan een identieke vrijstaande woning. De 2 scheimuren worden immers niet als verliesoppervlakte gerekend.

 

De isolatiegraad van een gebouw, uitgedrukt via de gemiddelde U-waarde, wordt bepaald door de materialen dewelke in de gebouwschil gebruikt worden. Hoe beter deze materialen isoleren, hoe beter de gemiddelde U-waarde.

Praktisch voor EPB-isolatiegraad :

  • Buitenschrijnwerk is een grote "verliespost" in onze gebouwen; hoe groter het aandeel van raam-,  deur- en poortoppervlakken tov de ganse verliesoppervlakte, hoe groter de warmteverliezen.  Een goed geïsoleerd(e) wand of dak, scoort qua U-waarde makkelijk 4, 5 tot 6 keer beter dan een goed isolerend raam.  De isolerende waarde van buitenschrijnwerk wordt uitgedrukt in k- of Ug-waarde (voor glas) en Uf-waarde (voor de profielen).
  • Gebruik isolatiematerialen met een lage lambda-waarde (λ).  Al lijken de verschillen heel gering (0,023 versus 0,035 voor PUR versus minerale wol), is er een zeer groot verschil in gemiddelde U-waarde voor een gans gebouw.
  • Dikkere isolatiematerialen zijn beter dan dunnere ... maar dat wist u allicht !
  • Vermijd een garagepoort in de gebouwschil.  Niet alleen scoren die niet goed voor de warmteverliezen, ook voor de luchtdichtheid zijn ze zeker niet optimaal.  Tracht indien mogelijk de garages buiten het beschermde volume te houden (vooral als ze aanpalend zijn).
  • Werkt u niet met een kelder, bouw dan op volle grond ipv op een kruipruimte.  De warmteverliezen via volle grond zijn kleiner.
  • Hellende daken zijn ideaal om lekker veel isolatie aan te brengen, eventueel in meerdere lagen. Werk van binnen naar buiten van damp-dichte naar damp-open materialen en zorg aan de binnenzijde voor een goed dampscherm (al heeft dit laatste geen invloed op de U-waarde - echter wel op de luchtdichtheid van het gebouw !)
  • Gebruik van gespoten PUR in de vloer heeft meestal een betere isolerende waarde dan gebruik van harde isolatieplaten en uitvulschape (en dit ondanks de betere λ-waarde van harde platen ...).  Dit komt omdat bij gespoten PUR met een dikkere isolatielaag kan gewerkt worden.

 

Tenslotte kort even over bouwknopen, waarbij de slechte bouwknopen, de al langer gekende "koudebruggen" zijn.  Een koudebrug is een verbinding in de gebouwschil (gevel, dak, vloer), waar een groot warmteverlies optreedt omdat er geen (of onvoldoende) isolatie aanwezig is tussen binnen en buiten.

In het ontwerp van het gebouw, is het daarom belangrijk dat de architect de bouwknopen duidelijk definieert en ontwerpt.  Hij kijkt erop toe tijdens de uitvoering van de werken, dat elke knoop goed uitgevoerd wordt en dus geen koudebrug vormt.  In de EPB-berekening kunnen de voordelen van goed uitgevoerde bouwknopen (of in het jargon : "aanvaarde bouwknopen") sterk doorwegen op het K-peil. Lees : slecht uitgevoerde bouwknopen (dus "niet-aanvaarde bouwknopen") of gebrek aan duidelijke info over die bouwknopen, leiden onverbiddellijk tot een slechte invloed op het K-peil.  Bespreek dit vooraf met uw architect en maak duidelijke afspraken in het kader van de EPB-berekening !

Waarom mikken we met onze gebouwen op een laag K-peil ?  Elke daling met 1 K-peil-punt (ongeveer) een daling van 1 E-peil-punt met zich mee brengt ... en hoe lager het E-peil, hoe energiezuiniger het gebouw.  Ook nog op zoek naar "Tips voor een laag E-peil" ??

 

Overloop je bovenstaande graag met ons ?  Schrijf je snel in op onze volgende gratis infoavond.  Al je andere vragen komen zeker ook aan bod. 

 

 

 

 

Dimar bvba, Morkhovensweg 45 bus 4,2222 Wiekevorst, Ligging, tel.: 014 27 00 00 (24/24 bereikbaar!!!), Fax: 014 27 00 09, dimar@dimarbvba.be, BTW BE0866.899.787